Tags

, , , , , , , ,

Plinius de Oudere is één van de slachtoffers van de uitbarsting van de Vesusius die we bij naam kennen. Hij stierf door verstikking in zijn villa in de buurt van Herculaneum. Zijn neef, Plinius de, je raadt het al, Jongere, was erbij en bracht later gedetailleerd verslag uit aan de Romeinse historicus Tacitus. Hierbij kon hij het niet nalaten om mee te delen dat zijn oom een slechte conditie had en aan overgewicht leed, zaken die ongetwijfeld niet hebben bijgedragen aan zijn overlevingskansen toen de aswolk neerdaalde. Plinius de Oudere werd 56 jaar oud.

Wonderlijke wezens
Hoewel hij na zijn dood vooral bekend is gebleven vanwege de niet specifiek heel lovende verslagen van zijn neef, was Plinius de Oudere tijdens zijn leven een beroemdheid in de Romeinse wereld. Hij was namelijk de schrijver van het boekwerk Naturalis Historia, een maar liefst 37-delig encyclopedisch werk over, zoals hij het zelf omschreef, de wereld en het leven. Over zo’n beetje alles dus.

Onderdeel van zijn encyclopedie is een lange opsomming van allerlei wonderlijke wezens die zich aan, en over, de rand van het rijk zouden hebben bevonden: de Manticora, half mens/half leeuw/half schorpioen (wat anderhalf wezen oplevert, maar dat is nog het minst verbazingwekkend); de Pegasi (gevleugelde paarden); griffioenen (gevleugelde leeuwen) en andere diercombinaties waarvan je liever hebt dat ze niet kunnen vliegen.

20160412_194209.jpg

Laten we eerlijk zijn, die gevleugelde leeuwen zijn best wel schattig. Van een afstand dan. (Deze en de volgende afbeeldingen komen uit Inventorum Naturae, een geïllustreerd boekwerk over een fictieve ontdekkingsreis van Plinius de Oudere)

Alcoholische ooggetuigen
Je vraagt je af waar Plinius de informatie over deze wezens vandaan haalde. In zijn tijd in het leger en op latere leeftijd in zijn overheidscarrière heeft hij binnen het rijk veel gereisd. Maar hoewel hij in zijn encyclopedisch werk schrijft over verre streken als India en de binnenlanden van Afrika zijn er geen heldere aanwijzingen dat hij lange tijd op ontdekkingsreis is geweest buiten het Romeinse Imperium. Zijn kennis van buiten het rijk lijkt gebaseerd te zijn op boeken en, waarschijnlijk, verslagen van zeelui, al dan niet opgetekend in schimmige havencafés, al dan niet gekleurd door heftige hoeveelheden alcohol.

En dit is uiteraard precies waar het misgaat. De wezens die Plinius beschrijft lijken zo weg te zijn gelopen uit de mythen. Zoals makers van science-fiction films hun buitenaardse wezens bijna altijd baseren op iets uit onze wereld, zo beperkt de collectie vreemde wezens zich in de Naturalis Historia tot combinaties van al bekende eigenschappen (vleugels en schorpioenstaart) of tot the usual suspects uit de mythen, zoals cyclopen.

20160412_194238.jpg

Nog zo’n klassieker: de hoofd-in-de-romp-mensen die nog vaak terug zullen komen in middeleeuwse verslagen. Hoe dit anatomisch gezien precies werkt blijft echter vaag.

Over de grenzen
Binnen het Romeinse Rijk kon je prima reizen, zolang je er maar het geld voor had om voor je eigen beveiliging te zorgen. Buiten het rijk werd het al snel veel lastiger. Ten noorden van de grote Europese rivieren dook je de Germaanse wouden in. Dat is dapper. Suïcidaal, maar dapper. De zuidgrens van het rijk was niet veel beter: de Sahara was toen niet veel vriendelijker dan deze nu is. Naar het westen had je de oceaan, waarvan je maar moest hopen dat die ooit ophield. Oostwaards lagen wel interessante plekken waarvan de Romeinen het bestaan kenden: het tot de verbeelding sprekende India en het nog veel meer mythische China, waar zijde vandaan kwam, maar ook daar zullen niet veel Romeinen naartoe getrokken zijn. De reis was domweg te zwaar en te gevaarlijk.

En dus had Plinius geen andere serieuze keus om zich te baseren op informatie die hij uit tweede (of derde, of vierde) hand had. Zijn neef heeft een uitspraak van hem overgeleverd die zijn houding over zijn bronnen wat verheldert: “Er is geen boek zo slecht, dat je er niet iets goeds uit kunt halen.”

wp-1460565592044.jpg

De Manticora, half leeuw, half Alice-in-Wonderland-kat.

De kleine grote wereld
Dit is een fenomeen dat we ons tegenwoordig moeilijk kunnen voorstellen. In onze kleine wereld kan een maffe kattenfoto die in Chili wordt geüpload een halve seconde later geliked worden vanuit China, of in ieder geval vanuit een buurland van China waar Facebook niet geblokkeerd wordt.

De Romeinse wereld was, hoewel geografisch gezien veel kleiner, vele malen groter dan de onze; haar uithoeken waren veel onbereikbaarder en dus waren de ooggetuigenverklaringen van de landen voorbij de grenzen veel zeldzamer. En de stelregel is: langs hoe meer mensen een verhaal gaat, hoe vreemder het verhaal wordt.

Here be odd creatures
De wezens van Plinius de Oudere zouden nog tot ver in de tijd van de grote ontdekkingsreizen met hun vreemde koppen opduiken op landkaarten en in reisverslagen. Ze gaven kleur aan de nog in te vullen plekken op de kaart. En laten we eerlijk wezen, stiekem hopen we toch allemaal dat onze wereld vol zit met gekke wezens zoals de Bigfoot, Yetis en het monster van Loch Ness? Gelukkig kunnen we bij gebrek aan bewijs van het bestaan van deze dieren onze wereld nog enigszins interessant maken met behulp van kattenfoto’s.

20160413_080708.jpg

De Crema, half kat, half… ja, wat eigenlijk?

Advertenties