Tags

, , , ,

Rome is in paniek! Niet vanwege Feyenoord-Hooligans dit keer, maar door het Carthaagse leger dat op de stad af marcheert. Hannibal heeft alle tegenstand met de Slag bij het Trasimeense Meer uit de weg geruimd. Niets kan hem meer tegenhouden.

Met één consul dood en de ander geïsoleerd door de Carthagers moet de senaat zijn eigen boontjes doppen. Bij gebrek aan andere opties grijpen ze naar het laatste redmiddel: het dictatorschap.

Filibuster till ya drop
De Romeinse Republiek is in het jaar dat dit zich afspeelt (-217) zo’n 292 jaar oud. Zoals veel politieke systemen groeide een relatief simpel concept in de loop der tijd uit tot een complex samenraapsel van wetten, tradities, rituelen, precedenten en al dan niet ongeschreven regels. Het mooiste voorbeeld hiervan is de regel dat senatoren hun toespraken in de senaat altijd zonder onderbreking mochten afmaken; dit leidde tot de zogenaamde ‘filibuster’.

Een senator die tegen een wetsvoorstel was kon de zaak traineren door een toespraak af te steken die dagen, zo niet weken duurde. Meestal was dit een opsomming van obscure wetten, precedenten, historische feitjes, mythische weetjes en suffe anekdotes die allemaal, in de verte, gerelateerd waren aan het voorstel. Het is niet verwonderlijk dat het op deze manier erg lang kon duren voordat er overeenstemming was bereikt over een thema en dat, voor sommige consuls, hun zo gekoesterde jaar volledig gefilibusterd voorbij ging.

Cicero

“Sorry, wat was dat laatste over je grootmoeders achterneef en zijn nauwelijks relevante mening over dit voorstel? Ik verstond het niet door het gesnurk van onze collega’s.”

Checks and balances
Zodra de senaat meer macht naar zich toetrok trokken de consuls terug en vice versa. Een heel scala aan functies werd in het leven geroepen om de balans tussen consuls, senatoren, het volk en de middenklasse te behouden. Iedereen had zijn rol en een groot deel daarvan bestond uit het jaloers bewaken van het eigen machtsgebiedje.

Over het algemeen werkte dit vrij aardig, maar op momenten van hoge nood (invasies, economische problemen, onrust) hadden de politici de neiging elkaar in een onmogelijke houdgreep te nemen. Omdat wel duidelijk was dat het niet praktisch was om te filibusteren op momenten dat iedere seconde telt werd er een extra rol in het leven geroepen, puur voor noodgevallen: de dictator.

FabiusCunctator-e1373414012359-250x231

Fabius Maximus; zijn nieuwe rol grijpt hem nu al naar de keel.

Superconsul
De dictator zou, in theorie, boven de partijen staan. Met volledig commando over legers, marine en grondstoffen zou hij de krachten van de in facties versplinterde Republiek kunnen bundelen en zo de vloer aanvegen met zo’n beetje ieder probleem. Voordat je je nu een Romein voorstelt in legerkleding en met een Cubaanse sigaar: als dictator was je in principe gewoon een soort superconsul. De functie was zo tijdelijk als het probleem dat je op moest lossen.

In -217 werd de ervaren senator Fabius Maximus door de senaat gekozen tot dictator. Fabius had al een aantal keren gediend als consul en hij was zelfs al een keer dictator geweest. Het moet een indrukwekkend CV zijn geweest.

Een interessante functienaam
Vanwege de afwezigheid van een consul kon Fabius Maximus echter niet volgens de wet worden ingezworen. Maar ook daarvoor werd een politieke oplossing gevonden. Fabius Maximus kreeg de macht toegeschoven in de vorm van de prodicactor functie.

Dit betekent zoiets als ‘waarnemend dictator’. Nou dát staat leuk op je visitekaartje.

Op naar een cliffhanger
Maar welke (waarnemend) dictator dan ook kon Hannibal op zo’n korte termijn niet meer stoppen. De uitgestuurde verkenners kwamen iedere dag bleker terug. Vanaf de stadsmuren van Rome moet een dreigende stofwolk te zien zijn geweest. Hannibal naderde de eeuwige stad, ongetwijfeld om er een eeuwige ruïne van te maken.

Of waren dat de Feyenoord-Hooligans? Ik verwar ze soms.

Wordt vervolgd!

Advertenties