moord op julius caesar 01

“Ook gij, Shakespeare?”

De één zijn vrijheid…
Julius Caesar is dood. Een groep samenzweerders pleegt in 44 voor Christus een aanslag op zijn leven in het senaatsgebouw. Shakespeare geeft hem nog de tijd om de woorden “Ook gij, Brutus?” te uiten, maar waarschijnlijk kreeg hij hooguit tijd voor een blik van verbazing. Toen was het over. Het bloed stroomde in een plas van vrijheid over de trappen van de senaat. Het dictatorschap was voorbij. Leve de door de oude-families-gedomineerde, van het gewone volk ten koste gaande, vrijheid!

De samenzweerders, allen leden van de Romeinse elite, laten Caesars lijk achter. Ze zijn ervan overtuigd dat ze ongestraft zullen blijven. Ze hebben Rome immers een dienst bewezen en de pre-Caesariaanse situatie van de in perfecte balans tegen zichzelf konkelende senaat, slechts verenigd in het gezamelijk uitbuiten van het gewone volk, zal spoedig terugkeren. Vrijheid.

De tiener en de veteraan
Maar Julius Caesar liet zijn twee belangrijkste pionnen achter: aan de ene kant de door oorlog geharde generaal Marcus Antonius, oude vriend en strijdgenoot van Caesar, erfgenaam van Caesars politieke macht; aan de andere kant de 18 jarige Octavianus, jong maar geslepen, door Caesar geadopteerd als erfgenaam van zijn familie-bezittingen. Het enige wat deze twee met elkaar gemeen hadden was een brandende ambitie.

Hoe groot Rome ook was, voor zoveel ambitie was het te klein.

Underdog
Octavianus was in alle opzichten de underdog van het stel. Hij had nauwelijks politieke macht en, belangrijker nog, hij had geen prominente voorouders. In pre-keizerlijk Rome telde je pas mee als je voorouders minimaal 3 consuls geleverd hadden, 4 Carthaagse steden in de as hadden gelegd en in ieder geval 1 keer de republiek hadden gered, al dan niet gekoppeld aan de moord op een tiran. En ja, Julius Caesar ging, volgens de samenzweerders, te boek als een tiran. Daar sta je dan als erfgenaam. Met lege handen.

Het gezicht van ambitie: reconstructie van de jonge Octavianus

Het gezicht van ambitie: reconstructie van de jonge Octavianus

Slechts een gedeelte van Julius Caesars troepen zweerden trouw aan Octavianus. De rest deed hetzelfde bij Marcus Antonius. Ook dat leverde geen voordeel op. Bovendien waren Caesars oude soldaten ook vooral loyaal aan elkaar. Je bouwt immers een band op als je jarenlang overal wordt heengesleept: van Gallië tot Egypte, van Pontus (Noord-Turkije) tot Utica (Tunesië). Dit waren niet de troepen waarvan je kon verwachten dat ze elkaar zouden gaan bevechten.

Caesars fortuin
Al die campagnes van Caesar hadden geleid tot een enorm kapitaal waarmee je eigenhandig een persoonlijk leger jarenlang op de been kon houden. Toen het bericht van Caesars dood Octavianus bereikte kwam hij direct in actie. Voordat iemand anders kon reageren slaagde hij erin het Romeinse equivalent van Caesars Zwitserse bankrekening te plunderen. Dit veranderde de zaak compleet: nu had de 18 jarige niet alleen de naam en een deel van het leger van de vermoordde heerser, maar óók het geld. Lage afkomst of niet, rijkdom deed heel wat met iemands macht in Rome.

Een gevaarlijk politiek spel
De Romeinse senator Cicero begint zich ondertussen steeds meer te ergeren aan het prepotente gedrag van Marcus Antonius. Hij vat het plan op om Octavianus te gebruiken om Marcus Antonius’ macht in te perken. De adoptienaam van de jongeling, maar bovenal zijn leger en rijkdom, leggen heel wat gewicht in de schaal binnen de senaat. Op uitnodiging van Cicero komt Octavanius naar Rome waar hij wordt ingezworen in de senaat. Totaal tegen alle conventies in gezien zijn leeftijd, verleden en ervaring.

De briljante orator en jurist Cicero verloor aan het einde van zijn leven zijn politieke instinct. Vervolgens verloor hij ook zijn leven.

De briljante orator en jurist Cicero verloor aan het einde van zijn leven zijn politieke instinct. Dit kostte hem uiteindelijk ook het leven.

Puberende buikspreekpop
Cicero verwachtte Octavianus te kunnen gebruiken als buikspreekpop, maar als iedere zichzelf respecterende tiener doet hij niet wat men van hem verwacht. Integendeel, hij richt zijn pijlen niet langer op Marcus Antonius, maar op de nietsvermoedende, gewoon in de senaat zittende, moordenaars van Caesar.

Hij schreeuwt om wraak. En het Romeinse volk schreeuwt met hem mee. Dood aan de moordenaars van Caesar! Ter dood! De samenzweerders vluchten in paniek naar het oosten waar ze een behoorlijke machtsbasis hebben. Rivalen Octavianus en Marcus Antonius slaan de handen inéén. Een burgeroorlog is het perfecte moment voor wat teambuilding.

Lees verder: Keizer Augustus (2): wraak als politiek middel

Advertenties