In 192 bracht een grote opstand in Britannia de Romeinen ernstig in de problemen. Het was slechts door de inzet van drie legioenen, inclusief hulptroepen, tegelijkertijd dat de provincie behouden bleef. De dienstdoende generaal trok de pijnlijke conclusie dat Britannia alleen in Romeinse handen kon blijven door een structurele bezettingsmacht van drie legioenen op het eiland achter te laten. Een enorme kostenpost én een belemmering voor het normaal zo flexibele Romeinse leger. Bovendien was het extra pijnlijk gezien er anderhalve eeuw eerder drie legioenen genoeg waren geweest voor de verovering. Britannia was een dure onderneming.

Overheidsproject
Een paar decennia na de bouw van de Muur van Hadrianus was er een stuk verder naar het noorden nóg een muur gebouwd, de Muur van Antoninus. Een muur verdedigt zichzelf echter niet: de wachtposten en forten moesten voortdurend bemand zijn om de bouwwerken werkelijk effectief te laten zijn. Daarnaast moest er nóg een legioen paraat worden gehouden om een geconcentreerde aanval op een gedeelte van de muur af te kunnen slaan, zonder dat de rest van de muur verlaten werd. Bovendien moest er ook een legioen in het zuiden de voortdurend opborrelende ambities van lokale stamhoofden temperen. In tijdsduur, kosten en uitzichtloosheid begon Britannia de vorm aan te nemen van een mislukt overheidsproject.

De restanten van de Muur van Antoninus.

De restanten van de Muur van Antoninus.

De keizerlijke nachtmerrie
Stel je voor: je bent keizer van het Romeinse Rijk. Je beheerst het grootste deel van de bekende wereld en je onderdanen variëren van koukleumende Britten tot zonverbrandde Egyptenaren. Je bent heer en meester van een immens en goed georganiseerd leger. Op papyrus dan, want je legioenen zijn uitgesmeerd over de bekende wereld en hebben de irritante neiging om loyaler te zijn aan hun eigen generaal (die hen geld geeft, hun eergevoel manipuleert en hen af en toe gezellig ouderwets laat plunderen), dan aan hun keizer, die ze associëren met een vage vlek op hun munten (die ze overigens kregen van hun generaal).

Tel daarbij op dat het vanuit je veilige Rome onmogelijk is om precies te weten wat je legioenen op dat moment aan het doen zijn. Zou het kunnen dat je generaal in dat verre en mistige Britannia zijn achterkant in jouw troon wil planten? En zo ja, wanneer zou je daar dan achter komen? Op het moment dat zijn drie Britse legioenen hun generaal tot tegen-keizer uitroepen? Of hoor je het wanneer de drie legioenen het Kanaal over zijn gezet en zich een weg door Gallië banen? En ben je dan nog op tijd om al die over Europa verspreidde legioenen samen te roepen om de strijd aan te binden met de drie rebel-legioenen?

Laten we eerlijk zijn: als de generaal zijn vak verstaat ga je dat niet redden.

Aan wie ben jij loyaal? De persoon die op de munt staat, of de persoon van wie je de munt krijgt?

Aan wie ben jij loyaal? De persoon die op de munt staat, of de persoon van wie je de munt krijgt?

Keizerambities als ongezonde levenstijl
Met het aanbreken van de derde eeuw na Christus bereiken we de roerige tijden van het Romeinse Rijk. Het is een tijd van tegen-keizers, contra-keizers, pseudo-keizers en anti-keizers. Én Elagabalus natuurlijk, dat is een categorie op zichzelf.

De derde eeuw zag veertig keizers komen en gaan. Waarbij het gaan vaak net zo’n bloedig proces was als het komen. Ook volgden ze elkaar ook niet altijd netjes op, maar lieten ze zich, ongeduldig als ze waren, alvast kronen voordat de vorige goed en wel met definitief pensioen was. Het was een tijd waarin je geen goedkope zorgverzekering had kunnen afsluiten als je eerlijk had opgebiecht dat je keizerambities had.

De volgende keer: de Crisis van de Derde Eeuw op z’n ergst. Afsplitsing! Hoe Britannia onderdeel werd van het onafhankelijke Gallische Rijk.

Advertenties