In de afgelopen drie posts (Galba, Otho en Vittelius) hebben we uitgebreid stilgestaan bij alle nitty gritty bloody details van het Vierkeizersjaar. Nu dat we weten wie wie waar vermoorde kunnen we een Icarus-view innemen en kijken naar de grote historische lijnen.

Één vraag kunnen we direct exploderende tomaatcentraal stellen. Met alle chaos, alle persoonlijke belangen, alle bizarre militaire prioriteiten: waarom is het Romeinse rijk in het jaar 69 niet geëxplodeerd als een rotte Roma-tomaat?

Opstand!
Weg waren de grenslegers. Met achterlating van kleine verdedigingseenheden lieten de legioenen onder leiding van Vitellius de Rijngrens in de steek. De legioenen uit de Balkanregio trokken weg van de grenzen om Otho te hulp te komen. Het Iberisch-schiereiland was door Galba al ontdaan van een legioen. Alleen het Nabije-Oosten en Noord-Afrika had nog een volledig complement van legereenheden.

Een perfect moment voor een gecoördineerde opstand, zou je denken. De Galliërs en Iberiër hadden massaal de wapens op kunnen pakken. De Germanen hadden hun kracht kunnen bundelen en de overgebleven grenswachters overrompelen. Het westen van het Rijk had onder de voet gelopen kunnen worden terwijl keizers en ‘tegen’-keizers hun handen vol hadden aan elkaar.

De enige  gecoördineerde opstand die uitbrak was de Bataafse, in de lage landen. Bij ons dus. Maar deze verdient een blogpost op zichzelf en laat ik nu even buiten beschouwing. Dat mag. Het is mijn blog.

Maar waarom niets grootschaligs?
Waarom wel? Ten eerste was de doorsnee Galliër en Iberiër lang niet ontevreden onder het Romeinse juk. Ondanks de instabiliteit van sommige keizers bracht het rijk wel degelijk stabiliteit. De fantastische wegen (aangelegd door het Romeinse leger) werden veilig gehouden door Romeinse ordehandhavers. Er waren geen jaarlijks terugkerende schermutselingen tussen rivaliserende stadstaatjes en zolang je je belastingen betaalde viel niemand je lastig. Er was geen reden om in opstand te komen en een onzekere toekomst tegemoet te gaan.

En de Germanen ten noorden van de Rijn dan? Die hadden lang niet de cohesie die gesuggereerd wordt door deze verzamelnaam. Daar was de situatie inderdaad zo dat de meeste energie verloren ging aan schermutselingen onderling. Fortuna was Rome goedgezind.

Paus, Rome en de rest

Paus, Rome en de rest

Rome en de rest
Aan de andere kant zou je kunnen verwachten dat een burgeroorlog tot in de verste uithoeken van het rijk zou woeden en dit tot veel meer onrust zou leiden. Maar dat is niet hoe het Romeinse Rijk op dat moment in elkaar zat. Het rijk is wel eens omschreven als een klassieke stadstaat met een continent als achterland. Het rijk was Rome, Rome was het rijk. Overigens is dit nog altijd zo, denk aan wat de paus in zijn jaarlijkse Paasrede zegt: Urbi et Orbi. Letterlijk de Stad en de Wereld (vrij vertaald: Rome en de rest).

De ‘tegen’-keizers konden naar hartenlust provinciesteden gaan veroveren, maar daarmee zouden ze nog geen keizer worden. Zolang je Rome niet in handen had kon je de legitimiteit van je heerschappij op je buik schrijven. Dit zorgde ervoor dat de oorlogschade in de provincies beperkt bleef. Slechts de boeren die de pech hadden land te verbouwen waar de verzamelende legioenen overheen marcheerden hadden te lijden onder de burgeroorlog. Het doel was Rome, altijd Rome.

Ondertussen werden de belastingen gewoon geïnd en uitbetaald aan de op dat moment dienstdoende keizer. Er verdween ongetwijfeld iets meer in de zakken van corrupte gouverneurs en tussenpersonen, maar over het algemeen bleef de administratie werken. Een monumentaal stelsel dat het complexe rijk zelfs in zo’n moeilijke periode overeind hield.

Geld stinkt niet
Het Romeinse Keizerrijk had z’n eerste grote interne strubbeling overleefd. Nu zou een periode van relatieve stabiliteit aanbreken, maar dat wil niet zeggen dat er niets te vertellen valt! De volgende keer: Keizer Vespasianus. De man die het Colosseum liet bouwen, Jeruzalem plunderen en een urinebelasting instelde.

Advertenties