“Als een persoon werd gevraagd om ergens in de geschiedenis van de wereld een specifiek punt te benoemen waarop de mensheid het meest gelukkig en welvarend was, dan zou hij, zonder enige twijfel, het tijdperk noemen tussen de dood van Domitianus [96 na Chr.] en de benoeming tot keizer van Commodus [zoon en opvolger van Marcus Aurelius, 177 na Chr.]”Edward Gibbon, in The Decline and Fall of the Roman Empire (boek gepubliceerd tussen 1776 en 1788 met ongeveer een gelijke hoeveelheid pagina’s)

De tweede eeuw na Christus is lange tijd gezien als de Gouden Eeuw van het Romeinse Rijk. Waar er in de eerste eeuw nog wel eens keizers aan de macht kwamen die anno 2012 het beste op hun plek zouden zijn in een TBS kliniek, was de opeenvolging van keizers na Domitianus een verademing. Wat hielp was het feit dat er in deze periode keizerlijke opvolgers al door hun voorganger werden uitgekozen gebaseerd op hun kwaliteiten en algeheel gebrek aan waanzin: de periode van de zogenaamde adoptiekeizers.

Het citaat uit Edward Gibbons meesterwerk The Decline and Fall of the Roman Empire slaat op deze periode van stabiele keizers en de stabiliteit in het rijk die daaruit voortkwam. Gibbon was historicus, politicus, diplomaat en algemeen Britse gentleman in de tweede helft van de 18e eeuw en de Napoleontische oorlogen in het begin van de 19e eeuw. Zijn boek is nog altijd goed leesbaar en wordt gezien als de basis van de moderne geschiedschrijving.

En toch is er een hele hoop mis met het bovenstaande citaat.

Het menselijk drama van de tweede eeuw
Slavernij. Niet vreemd in 18e eeuws Engeland en niet vreemd in het Romeinse Rijk van de 2e eeuw. In de 2e eeuw werd veel van het zware werk uitgevoerd door slaven: ze werkten in de mijnbouw en steengroeves die de grondstoffen leverden voor de militaire en architectonische prestaties van het rijk; ze werkten op grote landbouwbedrijven van rijke stedelingen (de zogenaamde latifundiae); ze dienden als galeislaven op schepen; ze sjouwden goederen rond in de steden; er werd misbruik van ze gemaakt in de prostitutie. Iedere dag was een strijd om te overleven. Interessant genoeg wordt er bij het terugblikken op het Romeinse Rijk vaak juist gekeken naar de Griekse slaven die dienden als huisleraar; geletterde slaven die dankzij hun kwaliteiten hoge posities kregen in bedrijfjes en na jaren trouwe dienst beloond werden met vrijheid én een betaalde baan en de huisslaven die er binnen de huishouding van hun meester een eigen hiërarchie op nahielden. Hoewel dit óók de realiteit kon zijn kwam de meerderheid van de slaven er bijzonder slecht vanaf.

Maar alle markten kunnen instorten! Zo ook de slavenmarkt. Toen keizer Hadrianus (117-138 na Chr.) besloot om geen veroveringsoorlogen meer te voeren, maar in plaats daarvan de grenzen te consolideren zette hij daarmee onbedoeld de bijl in één van de belangrijke peilers van de Romeinse economie. Geen oorlog betekende geen tot slavernij gedwongen overwonnen volkeren. Slaven bleven echter onverminderd nodig, want de economie had zich ingesteld op een grote onbetaalde pool van werknemers. Waar een wil is is een weg! Je kan namelijk ook slaven maken van je eigen bevolking.

Al sinds het begin van de Romeinse territoriale expansie had het Italisch schiereiland te maken met een voortdurende instroom van nieuwe slaven. Allereerst zorgde dit ervoor dat de betaalde seizoensarbeiders van de grote landbouwbedrijven vervangen werden. Vervolgens volgden de vaste medewerkers en uiteindelijk draaiden de latifundiae voornamelijk nog op werknemers in slavernij. De ontslagen werknemers trokken naar de grote stad of probeerden zelf wat op te zetten in de omgeving.

Het tweede gevolg van de slavernij was dat de grote landbouwbedrijven de familieondernemingen kapotmaakten. Door slaven het werk te laten doen kon de verkoopprijs van bijvoorbeeld graan zo laag gemaakt worden dat de familiebedrijfjes er niet meer tegen konden concurreren. Tegen de 2e eeuw na Christus waren er weinig zelfstandige boerenfamilies meer over.

Het gevolg was diepe armoede. De boerenbevolking raakte massaal in de schulden en veel mannen zagen geen andere uitweg dan het leger in te gaan. Maar voor vele mensen was dit door leeftijd, gezinssituatie of geslacht geen optie. Gelukkig was er een wet die zich om dat soort mensen bekommerde: iedereen, (van vaders, moeders, zonen, dochters, opa’s, oma’s tot kinderen en baby’s) die in de schulden zat kon verkocht worden als slaaf. Het was iets waar bij gebrek aan oorlog gretig gebruik van werd gemaakt.

Het economische drama van de tweede eeuw
Het consolidatiebeleid van Hadrianus had meer onbedoelde, maar zeer verstrekkende gevolgen. De Romeinse economie was, net als die van de Westerse wereld anno 2012, gebaseerd én gefundeerd op het principe van eindeloze groei. De grootste financiële influx die het economische stelsel kende was de verovering van nieuwe territoria en het inpikken van alles van waarde in de nieuwe provincie (in de vorm van slaven, grondstoffen en edelmetalen). Door het stoppen van de veroveringen en het gebrek aan economische hervormingen die de problemen hadden kunnen opvangen raakte de economie van het rijk zwaar beschadigd.

Er gaan theorieën dat de Romeinse economie nóg een dodelijke karateslag kreeg toegediend, ditmaal door China. Je leest het goed! China. Het punt was  namelijk dat de Romeinse elite verslaafd was geraakt aan grote hoeveelheden zijde. Via ongeveer dezelfde route die Marco Polo zo’n 1000 jaar later aflegde werd er Chinese zijde naar Rome getransporteerd. China accepteerde echter geen andere betaling dan in goud. Het goud waarmee betaald werd voor zijde stond ook garant voor de waarde van de Romeinse munteenheid, de dinari en de sestertie. Eeuwenlang werd bij iedere handelstransactie de Romeinse financiële stabiliteit langzaam maar zeker afgebroken.

Het medische drama van de tweede eeuw
Er was maar één reden dat Rome groeide in de 2e eeuw na Christus: immigratie. De hopeloos verarmde boerenfamilies die in hun wanhoop naar Rome trokken troffen daar in de sloppenwijken de ene epidemie na de andere. Ondanks het Romeinse wonder van de aquaduct hadden virussen en bacteriën vrij spel. De grootste sterfte moest toen nog komen. In de jaren 60 van de 2e eeuw werd Italië getroffen door één van de eerste bekende pestepidemieën. Maar ook in ‘normale’ omstandigheden was het sterftecijfer onder bijvoorbeeld kinderen enorm. En dit gold niet alleen voor de armste laag van de bevolking: Marcus Aurelius verloor zelf het grootste deel van zijn kinderen voordat ze volwassenheid bereikten.

De utopie van de tweede eeuw, de rampzaligheid van de derde
Het is heel mooi, het Romeinse Rijk, en specifiek de 2e eeuw na Christus zien als ware het de perfecte wereld. Maar helaas is en blijft dit een utopie. Zelfs in de tijd waarin Edward Gibbon leefde en deze opmerking plaatste kan je vraagtekens zetten bij zijn aanname. Als je de tweede eeuw echter vergelijkt met de derde eeuw na Christus… De tweede eeuw staat bekend als de Gouden Eeuw. De derde eeuw staat bekend als de Rampzalige Derde Eeuw. In vergelijking daarmee was de tweede nog niet zo gek.

Maar dat is stof voor een volgende post!

Advertenties