Omdat we op dit moment in Spanje zitten en morgen zullen gaan demonstreren tegen een lokaal bloederig ‘feest’ met een stier leek het me interessant om eens de mening van Marcus Aurelius na te gaan. Wat zou Marcus Aurelius vinden van het stierenvechten?

De arenagebouwen, de strijd, de muzikale omlijsting door trompetmuziek… er zijn veel overeenkomsten tussen het stierenvechten en de Romeinse variant daarvan: de spelen. De spelen bestonden uit een creatieve verzameling van martelmethodes: van nagespeelde (maar echt bloederige) veldslagen tussen gladiatoren, naar slaven/misdadigers/Christenen vs. de leeuwen tot beren/leeuwen/giraffen/olifanten/wolven vs. een willekeurig ander dier of mens. Het grote verschil tussen de oude Romeinse spelen en de huidige stierengevechten in Spanje, Portugal, Frankrijk en grote delen van Zuid-Amerika is dat er tegenwoordig zeer zelden mensen bij omkomen.

Een Romeinse keizer werd geacht van de spelen te houden en met net zoveel plezier ernaar te kijken als het volk. Het armere deel van het volk kreeg overigens gratis toegang, net zoals ze gratis graan kregen. De combinatie ‘brood en spelen’ was voor veel keizers de perfecte manier om de inwoners van de snel groeiende steden van het Romeinse rijk tevreden te houden: voedsel en vermaak, plus de stilzwijgende belofte dat als je je zou misdragen er voor jou ook nog wel plek zou zijn in de arena. De Romeinen deden namelijk niet aan gevangenissen.

Dat de spelen regelmatig georganiseerd werden betekende echter niet dat de Romeinse heersers het zelf altijd leuk vonden. Julius Caesar stond er om bekend dat hij bij het bijwonen van een gladiatorengevecht bezig was met het beantwoorden van brieven en het lezen van rapporten.

Marcus Aurelius heeft het een aantal keren over gladiatorgevechten en de spelen in het algemeen. Allereerst in het eerste hoofdstuk, waar hij een opsomming geeft van alles wat hij heeft overgenomen van mensen uit zijn omgeving:

“From my tutor: not to become a Green or Blue supporter at the races, or side with the Lights or Heavies in the amphitheatre;”

Het groen en blauw slaat op de teamkleuren van de strijdwagenraces, de Lights of Heavies slaat op het verschil tussen de licht of zwaarbepantserde/bewapende gladiatoren. Het is duidelijk dat Marcus Aurelius in ieder geval geen vaste supporter was van een team.

Later, in deel 6 van Meditations merkt hij op:

“Just as all the business of the amphitheatre and such places offends you as always one and the same sight, and this monotony of the spectacle bores you, so it is too with your experience of life as a whole;”

Los van de opmerking dat hij het leven als monotoon ervaart (komen we in een latere post op terug) is het duidelijk dat hij niet warm loopt van de evenementen die zich afspelen in het amfitheater.

Maar dit hoeft natuurlijk niet te zeggen dat Marcus Aurelius tegen de spelen is. We weten uit historische bronnen dat hij vaak niet aanwezig was bij de spelen, maar ook weten we dat hij ze op verschillende momenten heeft laten organiseren, hetzij nooit zo groots als die van Trajanus. Wel was het zo dat hij de spelen organiseerde op de moeilijkste momenten van zijn heerschappij, toen de Romeinse psyche klappen had gekregen van zowel een heftige pestepidemie als oprukkende Germaanse volkeren. Marcus Aurelius was een pragmaticus die zijn eigen voorkeuren niet noodzakelijkerwijs belangrijker vond dan die van het volk.

Terug naar het stierenvechten: het is waarschijnlijk dat hij het net zo’n saaie bedoening had gevonden als de Romeinse varianten ervan. En wat, moet je nu denken, zou zijn houding zijn tegenover de dieren die hiervoor gebruikt werden?

“Since you have reason and they do not, treat animals and generally all things with and objects with generosity and decency;”

Met andere woorden: de mens heeft de keus en de ratio om het dier met fatsoen te behandelen. Doe het daarom ook!

Zie voor meer informatie over het ‘moderne’ stierenvechten: www.cas-international.org.

Advertenties