Vijf grafschriften voor honden uit de oudheid

Tags

, , , ,

canes

Een Romeins mozaïek van een hond, mogelijk bedoeld om inbrekers af te schrikken. Zou die Brutus of Nero heten?

Als we aan de Griekse en Romeinse wereld denken is liefde voor dieren nu niet direct het eerste wat bij ons op komt. Toch is dat onterecht. Hoewel de antieke samenleving in het algemeen hard was voor mens en dier, hebben we fascinerende aanwijzingen dat dat niet betekende dat mensen geen diepe band konden hebben met de dieren in hun leven.

Voor onze kennis van de oudheid zijn we afhankelijk van wat er overgeleverd is, zowel in historische bronnen als in materiaal. De persoonlijke verhalen van de doorsnee inwoner van het Romeinse Rijk kennen we vaak niet, behalve als het levensverhaal is ingebeiteld in een grafreliëf. Voor de band tussen mens en dier geldt eigenlijk hetzelfde. We weten niets over de persoonlijke verhalen, maar we hebben wel grafschriften.

Je leest het goed. Er waren mensen in de oudheid die hun dieren een graf en een grafsteen gaven.

Helaas is het vaak lastig te achterhalen wat de exacte datering is van dit soort grafstenen. Grafstenen werden in de oudheid regelmatig al hergebruikt voor bouwprojecten, laat staan in de millennnia die daarop volgden. Maar dat maakt de boodschap er niet minder bijzonder op! Bij dezen vijf grafreliëfs voor honden:

  1. De tombe voor Stephanos

‘Dit is de tombe van de gestorven hond Stephanos,
Voor wie Rhodope tranen vergoot en begroef als een mens
Ik ben de hond Stephanos, en Rhodope heeft een tombe voor me gebouwd.’

Het graf van de eigenaar van de hond, Rhodope, lag er naast. Bron.

2. Het graf van Stier

‘Deze steen bedekt de witte hond uit Melita, de meest trouwe beschermer van Eumelus; ‘Stier’ noemden ze hem toen hij nog leefde. Nu is zijn stem gevangen in de stille paden van de nacht.’

Stier moet een krachtige hond zijn geweest. Of was het een yorkshire terriër en had de eigenaar gewoon veel humor? Bron.

3. Een graf voor de naamloze hond

‘Ik ben in tranen terwijl ik je naar je laatste rustplaats breng, zoveel als ik blijdschap voelde toen ik je in mijn eigen handen naar mijn huis droeg, vijftien jaar geleden.’

Deze persoon had er duidelijk geen moeite mee om zijn/haar emoties te uiten over het verlies van een dierbare hond. Bron.

4. Een graf langs de weg

‘Jij die langs dit pad komt, als je gelukkigerwijs dit monument opmerkt, lach dan niet, zo bid ik je, hoewel het een hondengraf is. Tranen zijn voor mij vergoten en de hand van mijn meester heeft de aarde op mij geschept.’

Kennelijk was er genoeg reden om er rekening mee te houden dat voorbijgangers het graf lachwekkend zouden vinden, om het daadwerkelijk ook in het grafschrift te zetten. Bron.

5. Patricius, een geliefd metgezel

‘Mijn ogen waren nat van tranen toen ik jou, onze kleine hond, naar het graf bracht. Patricius, nooit meer zul je mij duizend kussen geven. Nooit meer kun je tevreden op mijn schoot zitten. In verdriet heb  ik je begraven en dit is wat je verdient. In een rustplaats van marmer heb ik je voor eeuwig aan de zijde van mijn ziel geplaatst. In jouw kwaliteiten en scherpzinnigheid was je net een mens. Ach, wat een geliefd metgezel hebben wij verloren!’

Ook Patricius werd begraven naast het familiegraf, zodat hij en zijn baasjes eeuwig samen zouden blijven. Bron.